HET FAILLISSEMENT

INHOUDSOPGAVE

 

IK BEN PERSOONLIJK FAILLIET VERKLAARDWAT NU?

Een faillissement veroorzaakt een hele reeks gevolgen voor de gefailleerde.Hieronder zullen de gevolgen kort uiteengezet worden.

  1. De curator zal contact met u opnemen om een afspraak te maken

Het is uiteraard van belang dat u bereikbaar bent via e-mail of telefoon én dat u alle boekhoudkundige documenten en andere belangrijke zaken meebrengt.

Tijdens de afspraak zal de curator de financiële toestand van u of uw vennootschap met u bespreken, o.a. de boekhouding, openstaande schulden, eventuele wagens die op uw naam/naam van de vennootschap geregistreerd staan, uw woonplaats, bezittingen, etc.

Deze eerste ontmoeting is belangrijk. De curator krijgt een helder beeld van de omstandigheden die geleid hebben tot uw faillissement en kan zo het verdere verloop van de procedure bepalen.

2. U zal geen post meer ontvangen op uw eigen adres / de maatschappelijke zetel

Uw post zal voortaan terechtkomen op het kantoor van de curator. Deze maatregel wordt genomen omdat er regelmatig nog documenten omtrent mutualiteit, RSZ, sociale verzekering e.d. aan de gefailleerde worden gezonden. Die documenten zijn van belang voor de curator. Door de post op zijn kantoor te ontvangen, mist hij zeker niets.

De curator is echter wettelijk verplicht om privé post (persoonlijke brieven e.d.) aan u over te maken.

3.U mag niet meer beschikken over uw eigen goederen vanaf de dag van het faillissementsvonnis

Dit betekent dat u zelf geen schulden meer mag afbetalen en niet meer over uw goederen en gelden zal mogen beschikken. De curator kan immers al uw bezittingen gebruiken om de schulden af te betalen, door ze te verkopen.

Uiteraard stelt de wet hierop beperkingen die ervoor zorgen dat u nog wel steeds kan leven. Vallen hier niet onder; o.a. levensmiddelen, bed en beddengoed, kledij, wasmachine en strijkijzer, noodzakelijke verwarmingstoestellen et cetera. (volledige lijst is te vinden in art. 1408 van het Gerechtelijk wetboek).

Deze bepaling gold in de oude faillissementswet (alle faillissementen uitgesproken voor 1 mei 2018)  ook voor lonen.

Deze bepaling is opgeheven in de nieuwe wet (dus voor faillissementen uitgesproken na 1 mei 2018). U kan integraal beschikken over uw lonen, inkomsten en in samenspraak met de curator kan zelfs besloten worden om een doorstart te maken. 

Belangrijk om weten is dat het hier niet gaat om goederen die u na faillietverklaring hebt gekregen, en die hun oorzaak niet vinden in het faillissement. Een mooi voorbeeld hiervan is een erfenis die u ontvangt tijdens de faillissementsprocedure, hier zal u vrij over kunnen beschikken.

De curator zal u hierover de nodige informatie verschaffen.

4. Geen lopende processen meer

De wet zegt in art. XX 119 van het Wetboek van Economisch Recht (hierna WER) dat alle geschillen i.v.m. de boedel (bv. i.v.m. onbetaalde facturen) die op datum van faillissement bezig waren, geschorst worden tot op datum van de aangifte van de schuldvordering. De curator kan dan de schuldvordering aanvaarden, waardoor de procedure voor de rechtbank niet meer nodig is, of hij kan ervoor kiezen om de discussie toch voort te zetten.

5. Alle beslagen die gelegd waren voor het vonnis van faillietverklaring, worden geschorst

Art. XX 120 WER geeft aan dat deurwaarders géén beslagen meer zullen mogen leggen gedurende de faillissementsprocedure, ze mogen dus geen betalingen meer afdwingen. Indien er echter al een datum van gedwongen verkoop van een in beslag genomen goed was vastgelegd voor het vonnis, mag dit goed nog wel verkocht worden. De opbrengst van dat goed gaat dan wel integraal naar het faillissement, zodat dit kan dienen tot de vereffening.

6. Lopende overeenkomsten worden opgezegd

De curator kan alle contracten die de gefailleerde had afgesloten, opzeggen als hij dat nodig vindt. Het kan dus gaan om huishuur, gas, internet, water etc.

In het geval van faillietverklaring van een vennootschap waar personeel in dienst was, zal de curator ook zorgen dat de personeelsleden weten waar ze aan toe zijn. De arbeidsovereenkomsten zullen worden stopgezet vanaf de datum van het faillissementsvonnis. Ze kunnen dan hun achterstallige lonen opvragen bij het fonds voor sluiting van ondernemingen.

 

MIJN VENNOOTSCHAP IS FAILLIET VERKLAARD. WAT NU? 

Wanneer uw vennootschap failliet verklaard is hoeft u hiervoor in de regel niet in te staan met uw persoonlijk vermogen, u wordt louter aanzien als zaakvoerder of bestuurder van de vennootschap.

De Ondernemingsrechtbank zal een curator aanstellen die verantwoordelijk is voor de vereffening van het faillissement. Hij zal contact met u opnemen en u een hele reeks vragen stellen.

Uw medewerking is verplicht en uitermate belangrijk. Indien u geen volledige medewerking verschaft kan de curator immers een strafklacht tegen u indienen bij het Openbaar Ministerie.

  1. U zal volgende informatie/documenten/stukken moeten overmaken aan de curator:

  1. Het vennootschapsdossier : o.m. oprichtingsakte, akte(n) van kapitaalsverhoging, bewijs van volstorting van het onderschreven kapitaal, financieel plan, aandeelhoudersregister.

  2. De volledige boekhouding:

  • De twee laatste neergelegde jaarrekeningen

  • Het grootboek met historieken laatst afgesloten boekjaar en lopende boekjaar

  • tussentijdse proef- en saldibalans op datum van faling

  • Subgrootboek omtrent klanten, met historieken afgesloten boekjaar en lopende boekjaar en aging list + kopie van openstaande facturen

  • Subgrootboek omtrent leveranciers met historieken afgesloten boekjaar en lopende boekjaar en aging list + kopie van openstaande facturen

  • Dagboeken kas en banken

  • Dagboek diversen

  • De inventaris van het afgesloten boekjaar

  • De afschrijvingstabel van de laatste 2 boekjaren

  • De laatste fiscale aangifte vennootschapsbelasting

  • De actuele stand BTW &  rekening – courant (en eventuele bijzondere rekeningen)

  • Een lijst houdende detail van de boekhouding in uw bezit.

​ 3. Bankkaarten, cheques e.d. op naam van de vennootschap, bankrekeningnummers waarmee werd gewerkt.

 4. Het personeelsregister + lijst van de nog in dienst zijnde personeel : naam, woonplaats, geboortedatum, arbeiders- of           bediendencontract, datum van indiensttreding, personen ten laste, bruto-maandwedde, sociaal secretariaat, datum van         uitdiensttreding van het laatste personeelslid. 

5. Auto’s: afgifte van de sleutels, boordpapieren en gelijkvormigheidsattest

6. Inventaris inboedel; inventaris stock; onroerende goederen;

7. Liggende gelden en waardepapieren (stand kas);

8. Identiteit van de eigenaar(s) van de goederen gelegen in het faillissement (voertuigen of materiaal in verhuring of             consignatie);

9. Eventuele huurcontracten;

10. De brandverzekering : polis en eindvervaldag;

11. Andere contracten : leningen; financieringen; hypotheekstellingen; borgen; leasingcontracten; levens- bedrijfsleiders- en groepsverzekeringen;

Zaakvoerders of (gedelegeerd) bestuurders van een vennootschap blijven verantwoordelijk voor de boekhouding van de onderneming tot op de datum van het faillissement. Hieronder vallen dus ook de fiscale verplichtingen van de onderneming tot de datum van het faillissement

U zal dus nog verantwoordelijk zijn voor de fiscale aangiftes voor het voorbije boekjaar en het lopend boekjaar tot aan de datum van faillissement. Vanaf de datum van het faillissement volgen er enkel nog NIHIL aangiftes.

In principe moeten de aangiftes worden ingediend via BIZTAX vóór het einde van de maand september.

U zal het bewijs van die aangiftes moeten overmaken aan de curator.

3.Aangifte BTW voor de lopende periode

Hier geldt het zelfde voor de lopende periode; nl. de lopende maand tot op datum van het faillissement, indien de vennootschap maand-aangever is, anders het lopende kwartaal indien de vennootschap kwartaal-aangever is.

4. Bewaring boekhouding vennootschap

U bent als zaakvoerder verplicht om de boekhouding van de vennootschap te bewaren en ter beschikking van de curator te houden. Dit gebeurt op eigen kosten en verantwoordelijkheid.

U moet de boekhouding bijhouden gedurende een periode van 7 jaar, te rekenen vanaf de eerste januari volgend op datum faillissement of tot aan de sluiting van het faillissement, indien dit niet binnen een periode van 7 jaar afgehandeld zou zijn.

 

2. Aangifte van de vennootschapsbelasting van het lopend boekjaar en/of vorig boekjaar

SOCIAAL STATUUT NA FAILLISSEMENT: OVERBRUGGINGSRECHT

Zelfstandigen hebben recht op een inkomen uit de sociale zekerheid wanneer ze hun activiteit moeten stopzetten door bijvoorbeeld een faillissement.

Dit recht noemt men het “overbruggingsrecht”. Dit recht biedt een vervangingsinkomen aan zelfstandigen die hun activiteit moeten stoppen.

 

Sinds 1 januari 2017 zijn er vier specifieke situaties omschreven die het overbruggingsrecht doen ontstaan:

  1. faillissement van de zaak (zowel voor eenmanszaken als voor vennootschappen);

  2. een collectieve schuldenregeling (de collectieve regeling moet dateren van voor de stopzetting);

  3. brand, vernieling door derden, natuurramp, beroepsallergie.

  4. stopzetting om economische redenen. (= nieuw vanaf januari ‘17)

Om aanspraak te kunnen maken op het overbruggingsrecht moet men voldoen aan een aantal cumulatieve voorwaarden:

  1.  in het kwartaal van stopzetting en in de drie daar onmiddellijk aan voorafgaande kwartalen, zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) geweest zijn;

  2. sociale bijdragen verschuldigd zijn in die kwartalen;

  3. 4 kwartalen effectief betaald hebben in de 16 kwartalen voorafgaand aan de stopzetting of het faillissement;

  4. geen enkele beroepsactiviteit meer hebben;

  5. jonger dan 65 jaar zijn en geen recht hebben op een ander vervangingsinkomen.

De maandelijkse uitkering is hetzelfde bedrag als het minimumpensioen van de zelfstandigen, en men kan er maximaal 24 maanden over de hele loopbaan als zelfstandige op terugvallen. Dit wil zeggen dat wanneer men bij een eerste faillissement 4 maanden gebruik gemaakt heeft van het overbruggingsrecht, men later na een tweede faillissement nog maximum 20 maanden aanspraak kan maken op het overbruggingsrecht.

Cumulatie van het overbruggingsrecht met inkomsten uit arbeidsprestaties of met een ander vervangingsinkomen is onmogelijk.

De werkloosheidsuitkering heeft steeds voorrang. Zelfs als het bedrag van uw werkloosheidsuitkering veel lager ligt dan dat van uw overbruggingsrecht, zal u toch genoegen nemen met het lagere bedrag uit de werkloosheid. U bent verplicht om te bewijzen dat u geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering wanneer u het overbruggingsrecht aanvraagt.

De faillissementswet laat vanaf 1 mei 2018 een grotere groep ondernemers toe failliet te gaan en is dus ook het toepassingsgebied van het overbruggingsrecht verruimd:

  • Vrije beroepen kunnen failliet gaan en overbruggingsrecht bekomen.

  • Zelfstandige helpers en medewerkende echtgenoten kunnen in bepaalde gevallen wel failliet gaan. Meewerkende echtgenoot (maxistatuut) kan een aanvraag overbruggingsrecht doen.

 

TEN ONRECHTE FAILLIET VERKLAARD: DE MOGELIJKHEDEN

Wanneer u van oordeel bent dat u ten onrechte failliet verklaard bent hebt u twee opties: verzet of hoger beroep.

1. Verzet

Een gerechtsdeurwaarder betekent aan u een vonnis waarin staat dat u of uw onderneming failliet verklaard is door de Ondernemingsrechtbank. U was echter zelf niet aanwezig op de zitting en wist van niets, maar bent van mening dat het faillissement ten onrechte is uitgesproken.

U heeft dan de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen het faillissementsvonnis. Belangrijk om weten is dat de wet hier een vervaltermijn opgeplakt heeft van 15 dagen, te rekenen vanaf de betekening. Dit wil zeggen dat u, vanaf u het vonnis van de gerechtsdeurwaarder heeft gekregen, nog 15 dagen de tijd heeft om verzet aan te tekenen. Na het verstrijken van die 15 dagen wordt het faillissementsvonnis definitief.

Indien u dan opnieuw failliet verklaard wordt, is hoger beroep nog  steeds mogelijk.

2. Hoger beroep

U was wel op de hoogte van de lopende procedure en was aanwezig op de zitting. U bent niet akkoord met de beslissing van de rechter om u failliet te verklaren. U kunt dan hoger beroep aantekenen tegen die beslissing. De termijn om hoger beroep aan te tekenen bedraagt 15 dagen vanaf de bekendmaking van het vonnis in het Belgisch Staatsblad.

Dit is anders dan bij verzet. De curator is verplicht om binnen een periode van 5 dagen na de uitspraak, het vonnis te publiceren in het Belgisch Staatsblad. De termijn om hoger beroep aan te tekenen begint te lopen vanaf die publicatie. Eenmaal die 15 dagen verstreken zijn, wordt het vonnis van faillissement definitief.

 

Indien u gedagvaard werd door een schuldeiser en u wil hoger beroep of verzet aantekenen is het aan te raden om de schuldeiser in kwestie meteen integraal te betalen.

Het is belangrijk dat u meteen een advocaat raadpleegt daar de schuldvordering in kwestie inmiddels al opgelopen kan zijn met schadebedingen en interesten. Dergelijke procedures kunnen ingewikkeld zijn. Bijstand door iemand met kennis van zaken omtrent deze materie, is onontbeerlijk.

 

IK BEN SCHULDEISER. WAT MOET IK DOEN?

Eén van uw klanten is failliet verklaard maar heeft nog heel wat openstaande schulden bij u. U bent nu schuldeiser en zal uw aangifte (inclusief bewijsstukken, bv. kopie van de facturen) moeten indienen op de website van het Centraal Register Solvabiliteit, kortweg REGSOL.

Aangiftes op de griffie van de Ondernemingsrechtbank of bij de curator worden niet meer aanvaard, het is dus van cruciaal belang dat u het platform gebruikt.

Indien u optreedt als particulier (natuurlijke persoon) kan u contact opnemen met de aangestelde curator die uw aangifte voor u in orde kan brengen. Vennootschappen (rechtspersonen) zijn verplicht om hun aangifte zelf in orde te maken.

De aangifte gaat als volgt:

  1. U gaat naar de website www.regsol.be.

  2. Gaat over tot de verplichte registratie.

  3. Tikt de naam van het faillissement in.

  4. Vult de gegevens in het formulier in. U noteert dat de vordering gewoon of bevoorrecht is.

  5. Als de vordering bijzonder bevoorrecht is geeft u het voorwerp op van de bijzondere bevoorrechting.

  6. U uploadt vervolgens de bijhorende bewijsstukken en een eventuele toelichtende nota.

Deze registratie geeft U het inzagerecht in al de verplichte publicaties van de curator in REGSOL, en is vanzelfsprekend volledig kosteloos.

U zal zien dat REGSOL werkt met een tijdslijn. Dit geeft u de mogelijkheid om de verloop van het volledige verloop van de faillissementsprocedure op te volgen en alle documenten in te kijken. Zo kan u bij vragen of opmerkingen contact opnemen met de curator.

De processen verbaal van verificatie van schuldvordering zullen voor u, als schuldeiser, het meest relevant zijn. Deze documenten geven aan hoeveel schuldeisers er effectief zijn en in welke mate de curator de schuldvorderingen aanvaard heeft.

Wanneer een schuldvordering “aangehouden” is betekent dit dat er over deze vordering nog geen standpunt werd ingenomen. Dit zal dan gebeuren bij een volgend proces verbaal van verificatie van schuldvorderingen.

De curator is daarnaast verplicht om één keer per jaar een financieel verslag neer te leggen. Deze verslagen geven een duidelijk en helder beeld van de financiële toestand van het faillissement op het ogenblik van de publicatie. Het geeft een antwoord op de vraag naar de stand van zaken op dat moment.

Registratie van uw schuldvordering in REGSOL laat u dus  toe de afwikkeling van het faillissement op elk gewenst moment op te volgen en bijkomende informatie te vragen én te verschaffen aan de curator indien u op de hoogte bent van omstandigheden, gebeurtenissen, etc. die hem onbekend zijn.  Dit is bv aan de orde indien u weet dat de gepubliceerde inventaris niet volledig is en u kennis heeft van andere activa die niet werden geïnventariseerd.

De curator communiceert officieel via REGSOL. Het is dus belangrijk dat u dit in het oog houdt en even nakijkt of deze berichten niet per vergissing aan de vakken SPAM of ONGEWENSTE MAIL worden toegewezen door uw programma. Dit is snel opgelost door eenmalig aan te geven dat deze berichten geen ongewenste mail zijn.

 

HOE WORDT HET GELD VERDEELD ONDER SCHULDEISERS?

De voornaamste taak van de curator is uiteraard zoveel mogelijk actief realiseren waarvan de schuldeisers betaald kunnen worden.

In principe zijn er zes verschillende soorten schuldeisers:

  1. Boedelschuldeisers

  2. Zij die over een zakelijk recht beschikken

  3. Bijzonder bevoorrechte schuldeisers

  4. Sociaal passief

  5. Algemeen bevoorrechte schuldeisers

  6. Chirografaire (of gewone) schuldeisers

Zij zullen in aflopende volgorde worden betaald, we spreken van een zogenaamde “rangregeling”.

Boedelschulden zijn schulden die als eerste in rang staan. Ze ontstaan na uitspraak van het faillissement en inherent zijn aan de faillissementsprocedure. Denk hierbij aan gerechtskosten, het ereloon van de curator en de kosten die de curator moet maken om het faillissement te kunnen vereffenen.

De tweede in rang zijn dan de schuldeisers die beschikken over een bepaald zakelijk recht. Het gaat hier om schuldeisers die door een bepaald recht aanspraak kunnen maken op een welbepaald goed (of de opbrengst ervan), met voorrang op alle andere schuldeisers. Denk aan een bank die een krediet verstrekt die gedekt is door een hypotheek. De bank zal dan, met voorrang, worden uitbetaald met de opbrengsten van de verkoop van het goed. Dergelijke zakelijke zekerheden moeten altijd ingeschreven worden op een hypotheekkantoor om tegenwerpbaar te zijn aan derden m.a.w. zodat u zich erop kan beroepen voor de curator als schuldeiser. Het is van belang dat u een kopie van die inschrijving toevoegt aan uw aangifte.

Derde in rang zijn de bijzonder bevoorrechte schuldeisers. Ook zij hebben een aanspraak op een welbepaald goed of de opbrengst ervan. Dit goed wordt in het insolventierecht “het zadel” genoemd. Het verschil met de schuldvorderingen bezwaard met zakelijke zekerheden is dat het voorrangsrecht hier uit de wet voortvloeit, en dus niet moet worden ingeschreven op een hypotheekkantoor. Een belangrijk bijzonder voorrecht is dat van de “onbetaalde verkoper”.

Stel, u verkoopt een graafmachine aan een cliënt-onderneming. Nog voor de effectieve betaling van die graafmachine is gebeurd, gaat de onderneming failliet. U kan dan uw voorrecht van onbetaalde verkoper inroepen bij de curator. Dit voorrecht geeft u een eigendomsvoorbehoud. U zal dan, met voorrang op alle andere schuldeisers, worden uitbetaald met de opbrengsten van de verkoop van die graafmachine of u kan de graafmachine zelf terugeisen. Een belangrijke voorwaarde is wél dat het goed (hier de graafmachine) zich op het moment van faillietverklaring nog in het vermogen van de gefailleerde bevindt. Immers, indien de curator het goed niet kan terug vinden, is het bijzonder voorrecht “zonder zadel” of zonder voorwerp geworden.

In het sociaal passief bevinden zich de (ex-)werknemers van de gefailleerde die menen dat ze nog bepaalde rechten hebben bv. achterstallig loon, vakantiegeld, etc.

De algemeen bevoorrechte schuldeisers, 5e in rang, hebben i.t.t. de bijzonder bevoorrechten, een aanspraak op het volledige algemene vermogen van de gefailleerde. Het gaat hier ook om een voorrecht dat voortvloeit uit een wettelijke bepaling. Hun voorrecht berust echter niet op een specifiek goed, en dus zullen zij recht hebben op uitbetaling met de opbrengst van de verkoop van het globale vermogen van de gefailleerde.

Als laatste komen dan de gewone schuldeisers aan bod. Zij genieten geen enkele garantie/voorrecht voor de uitbetaling van hun schuldvorderingen. Zij zullen pas worden terugbetaald nadat alle andere voorgenoemde schuldeisers zijn uitbetaald, mits er nog iets overblijft uiteraard. Onbetaalde facturen zijn bijvoorbeeld veel voorkomende gewone schuldvorderingen.

 

IK BEN SCHULDENAAR. WAT NU? 

Als schuldenaar (d.w.z. u bent de gefailleerde nog geld verschuldigd) heeft u een inlichtingenplicht.

Deze verplichting houdt in dat u de curator alle nuttige informatie en medewerking moet verschaffen die nodig is. U zal uw schulden moeten afbetalen. Dit is immers geld waarmee de schuldeisers betaald kunnen worden. Doet u dit niet, kan de curator dwangmaatregelen treffen. Die dwangmaatregelen kunnen ertoe dienen om handelingen die u stelde voor de faillissementsprocedure met als doel ervoor te zorgen dat bepaalde goederen niet meer vatbaar zijn voor verkoop tijdens het faillissement, ongedaan te maken.

De meest voorkomende schuldenaar in een insolventieprocedure tegen een vennootschap is de zaakvoerder/bestuurder zelf. Het gaan dan vooral om openstaande rekeningen courant debet en niet-volstort kapitaal. De curator kan deze openstaande saldi vaststellen aan de hand van de laatst neergelegde jaarrekening en/of contact met de accountant.

De curator zal hierover contact opnemen met de zaakvoerder en hem om de nodige informatie vragen. Er zal een afbetalingsplan worden opgesteld waar de zaakvoerder zich aan zal moeten houden.

Indien hij dit niet doet zal de curator hem een aanmaning tot betaling versturen. Als ook die aanmaning zonder gevolg blijft zal de zaakvoerder worden gedagvaard voor de Ondernemingsrechtbank. Er zal een gerechtelijke procedure worden opgestart om alsnog betaling te bekomen.

Daarnaast zal de curator bij faillietverklaring van een vennootschap onderzoek doen naar de zogenaamde “bestuurdersaansprakelijkheid”. De curator zal daarbij nagaan of de zaakvoerders/bestuurders de failliet verklaarde vennootschap misbruikt hebben om er persoonlijk voordeel uit te halen. Zij kunnen hiervoor dan nog eens apart worden gedagvaard.

 

KWIJTSCHELDING

Indien u persoonlijk failliet verklaard werd (dus als natuurlijke persoon) voorziet de wet in de mogelijkheid van “kwijtschelding”. Dit wil zeggen dat u de schulden die overblijven na de vereffening van het faillissement niet meer zal moeten betalen.

De wet voorziet dat u deze kwijtschelding zelf moet aanvragen via een verzoekschrift.

Wanneer u zélf uw faillissement aanvraagt, voegt u het verzoekschrift tot kwijtschelding bij de aangifte van uw faillissement aan het begin van de procedure. Een andere mogelijkheid is dat u het verzoekschrift uiterlijk drie maanden na bekendmaking van het faillissementsvonnis neerlegt ter griffie.

De griffie maakt het verzoekschrift over aan de curator die binnen één maand een verslag zal moeten neerleggen omtrent alle omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de al dan niet vaststelling van kennelijk grove fouten door u begaan, die bijgedragen hebben tot het faillissement.

De kwijtschelding is in principe de regel, tenzij er sprake is van een zware fout die aanleiding gaf tot uitspraak van het faillissement en zich voordeed voor de uitspraak van het faillissement.

Uw medewerking tijdens het faillissement, omvang van actief en passief zijn irrelevant voor de beslissing tot kwijtschelding.

Het is aangewezen om u te laten bijstaan door een advocaat bij de aanvraag van de kwijtschelding.

 

FAILLISSEMENT VAN BESTUURDER OF ZAAKVOERDER

De nieuwe wet van 1 mei 2018 voorziet dat ook bestuurders of zaakvoerder persoonlijk failliet verklaard kunnen worden, los van het faillissement van de onderneming waarin zij optraden.

Boek I WER geeft in art.I.1 § 1 haar definitie van het begrip onderneming, ook Boek XX i.v.m. het faillissement verwijst naar die definitie :

  1. iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;

Dit is iedereen, tenzij hij werknemer is, dus ook een zaakvoerder of bestuurder van een onderneming. De wet stelt dat een bestuurder of zaakvoerder een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent door op te treden als  bestuurder of zaakvoerder van de failliet verklaarde vennootschap.

De wet stelt geen andere voorwaarden. Hieruit volgt dus dat het gaat om werknemers, de arbeidsrechtbank bevoegd zal zijn en een schuldbemiddelingsprocedure opgestart kan worden.


Wanneer het gaat om bestuurders of zaakvoerders is de ondernemingsrechtbank wel degelijk bevoegd en kan het faillissement worden uitgesproken.

Dit is een goede zaak daar schuldbemiddelingsprocedures kunnen aanslepen tot 7 jaar, terwijl een faillissement in de regel veel sneller kan worden afgehandeld.

 

INCASSO VIA FAILLISSEMENT

Het faillissement van één van zijn klanten is uiteraard een situatie die elke ondernemer vreest. Het wordt immers een stuk moeilijker om openstaande facturen nog betaald te zien.

Gelukkig kan het faillissement niet alleen worden aangevraagd door de schuldenaar zelf, of het openbaar ministerie. Ook schuldeisers kunnen deze procedure opstarten bij de Ondernemingsrechtbank van de regio waar de vennootschap in kwestie haar maatschappelijke zetel heeft.

Om als schuldeiser een faillissement aan te kunnen vragen, moet men de schuldenaar wel meerdere malen hebben aangemaand en in gebreke hebben gesteld tot betaling van de factuur.

De aanvraag van het faillissement van de schuldenaar door een schuldeiser kan een drukmiddel zijn om openstaande facturen toch betaald te krijgen.

Meester Schoenaerts zal u als schuldeiser die zich in dergelijke situatie bevindt, begeleiden en met raad en daad bijstaan doorheen de hele procedure tegen uw schuldenaar.

 

Amerikalei 31

2000 Antwerpen

België

  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon

 Advocatenkantoor Bruno Schoenaerts © 2020 - Alle rechten voorbehouden

Blijf op de hoogte over nieuwe wetgevingen en maatregelen voor bedrijven!