ONDERNEMINGEN IN MOEILIJKHEDEN

INHOUDSOPGAVE

 

 ONTBINDING

De onderneming verliest haar rechtspersoonlijkheid en houdt op met bestaan.

De vennootschap kan op drie verschillende manieren worden ontbonden:

  1. Door een besluit van de algemene vergadering (een vrijwillige ontbinding);

  2. Van rechtswege, als gevolg van een wettelijk omschreven feit;

  3. Door een gerechtelijke beslissing

 1. 1 De vrijwillige ontbinding

Deze vorm van ontbinding is steeds mogelijk voor:

  • Een Besloten vennootschap

  • Een Coöperatieve vennootschap

  • Een Naamloze vennootschap

  • Een Europese vennootschap

  • Een Europese coöperatieve vennootschap

Bovengenoemde vennootschapsvormen kunnen op elk moment worden ontbonden door een geldig besluit van de algemene vergadering.

De bestuurder zal zijn voorstel tot ontbinding moeten toelichten in een verslag dat moet worden vermeld op de agenda van de algemene vergadering die over de ontbinding zal beslissen. In dit verslag wordt een recente (niet ouder dan 3 maanden) staat van activa en passiva opgenomen.

Deze wordt gecontroleerd door een aangestelde commissaris of aangewezen bedrijfsrevisor/externe accountant. Hij brieft de algemene vergadering over de correctheid. De vennoten krijgen een kopie van beide verslagen en van de staat van activa en passiva.

Bovenstaande verslagen zijn cruciaal. De beslissing van de algemene vergadering is immers ongeldig indien ze zouden ontbreken.

Zowel de conclusies van de verslagen als de ontbindingsbeslissing worden door een notaris.

De wetgever in het kader van de hervorming van het vennootschapsrecht (WVV) een aantal grondige wijzigingen voorzien voor de vereffeningsprocedure. De belangrijkste krachtlijnen van de hervorming zijn :

Veréénvoudiging van de niet-deficitaire vereffening


De tussenkomst van de rechtbank voor de bevestiging van de benoeming van de vereffenaar en de goedkeuring van het verdelingsplan is enkel nog vereist voor deficitaire vereffeningen. De tussenkomst van de rechtbank hangt dus af van de vermogenstoestand van de vennootschap gedurende de vereffeningsprocedure.

Bevestiging van benoeming vereffenaar


De benoeming van de vereffenaar zal enkel nog gehomologeerd moeten worden indien uit de staat van activa en passiva blijkt dat niet alle schuldeisers volledig betaald kunnen worden. Indien de waarde van het eigen vermogen kleiner is dan die van het vreemd vermogen op basis van de staat van activa en passiva, zal een rechterlijke controle dus noodzakelijk zijn. De rol van de externe accountant, revisor, commissaris wordt hierdoor nog belangrijker.

Evenwel kan elke belanghebbende derde zich steeds wenden tot de rechtbank om de vereffenaar te vervangen wegens wettige redenen. Dit biedt een grote beoordelingsvrijheid aan de rechter. Men kan hierbij denken aan niet-naleving van de benoemingsformaliteiten, gevallen waar de vereffening zich als niet-deficitair aandiende maar dat uiteindelijk wel blijkt te zijn.

Goedkeuring van verdelingsplan


Ook bij het opstellen van het plan van verdeling zal de rechter enkel nog dienen tussen te komen indien blijkt dat niet alle schuldeisers integraal betaald kunnen worden (deficitaire vereffening). Of er al dan niet sprake is van een deficitaire vereffening zal in deze fase bepaald worden op basis van het werkelijk vereffeningsresultaat.

De benoeming van de vereffenaar en de goedkeuring van het verdelingsplan dienen volledig onafhankelijk van elkaar geïnterpreteerd te worden. Het is m.a.w. niet omdat de benoeming van de vereffenaar bevestigd dient te worden door de rechtbank dat dit automatisch ook vereist is voor de goedkeuring van het verdelingsplan.

Vereffenaar

Bevoegdheden


In het WVV worden de bevoegdheden van de vereffenaar(s) op een meer uitgebreide wijze omschreven als dat het geval was in het oude Wetboek van vennootschappen. De vereffenaar is bevoegd voor alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de vereffening van de vennootschap. Daarnaast kan de vereffenaar een aantal handelingen die opgesomd worden in art. 2:88 WVV pas stellen na goedkeuring van de algemene vergadering. Deze bepaling is van dwingend recht.

Bijkomende stortingen aandeelhouders


Zonder machtiging van de algemene vergadering kan de vereffenaar bijkomende stortingen vragen waartoe de aandeelhouders zich verbonden hebben, indien de vereffenaar het nodig acht (i) om de schulden van de vennootschap en de kosten van vereffening te voldoen of (ii) om de gelijke behandeling van de aandeelhouders te waarborgen.

Vergeten activa en passiva

De aandeelhouders worden door de sluiting van de vereffening van rechtswege onverdeelde eigenaars, elk voor hun deel, van alle actieve vermogensbestanddelen van de vennootschap, ook al zijn deze op het ogenblik van de sluiting van de vereffening niet gekend.

Daarnaast wordt er een aansprakelijkheid gecreëerd in hoofde van de aandeelhouders van een ontbonden BV, CV of NV voor de onbetaalde vennootschapsschulden waarvoor geen voldoende bedrag werd geconsigneerd, indien zij op het moment van de sluiting effectief kennis hadden (subjectief kwade trouw) of behoorden te hebben (objectieve kwade trouw) van het bestaan van dergelijke schulden.

Ingeval van ontbinding en vereffening in één akte zijn de aandeelhouders altijd aansprakelijk voor niet betaalde vennootschapsschulden, ongeacht of zij te kwader of te goeder trouw waren (onverminderd hun verhaal op de leden van het bestuursorgaan die het laatst in functie waren, indien de aandeelhouders te goeder trouw waren.) Deze procedure biedt immers minder waarborgen aan de vennootschapsschuldeisers, waardoor de verhoogde aansprakelijkheid gerechtvaardigd is.

Deze aansprakelijkheid is voor iedere aandeelhouder beperkt tot het bedrag gelijk aan de som van de hem terugbetaalde inbreng en zijn aandeel in het vereffeningssaldo zoals ontvangen voor of bij de sluiting van de vereffening van de vennootschap. Dit geldt ook voor aandeelhouders die hun aandelen hebben overgedragen vóór de sluiting van de vereffening, ten belope van de voorschotten die zij hebben ontvangen. Bij een deficitaire vereffening zullen de aandeelhouders op basis van deze bepaling dus niet aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Heropening van de vereffening


De onbetaalde schuldeisers kunnen de heropening van de vereffening vorderen ingeval volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

het betreft een deficitaire vereffening;

er worden na afsluiting van de vereffening activa ontdekt. Bij ontdekking van passiva kan men zich beroepen op de aansprakelijkheid van de aandeelhouders zoals hierboven uiteengezet;

enkel onbetaalde schuldeisers kunnen de heropening vorderen; en de vordering tot heropening wordt ingesteld tegen de laatst in functie zijnde vereffenaar.

De heropening is geen automatisme en wordt slechts bevolen door de rechtbank indien de waarde van het vergeten vermogensbestanddeel de kosten van de heropening overschrijdt.

Ontbinding en vereffening in één akte (zogenaamde ééndagsprocedure)

In het WVV is het mogelijk om een vennootschap te ontbinden en vereffenen in één akte waarin niet alle schulden t.a.v. derden werden terugbetaald en evenmin een voldoende bedrag werd geconsigneerd om deze te voldoen. In dat geval is wel een voorafgaandelijk schriftelijk akkoord vereist van deze schuldeisers. Bovendien moet de commissaris, of indien er geen commissaris werd benoemd, de bedrijfsrevisor of externe accountant dit schriftelijk akkoord bevestigen in zijn controleverslag.

Tevens is er een versoepeling m.b.t. de aanwezigheidsvereiste:

  • BV: éénparigheid van stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde aandeelhouders voor zover zij ten minste de helft van het totaal aantal uitgegeven aandelen vertegenwoordigen.

  • NV: éénparigheid van stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde aandelen voor zover zij ten minste de helft van het kapitaal vertegenwoordigen.

 1. 2 De ontbinding van rechtswege

Deze vorm van ontbinding kan kort worden samengevat:

  • Het verstrijken van de duur waarvoor de vennootschap is aangegaan

  • Voldoen van een uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde die de vennoten of aandeelhouders opgenomen hadden in de statuten

 1. 3 De ontbinding door een gerechtelijke beslissing

De wet bepaalt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de plaats waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft, zetelend zoals in kort geding op vraag van een aandeelhouder of vennoot, om wettige redenen de ontbinding van een vennootschap kan uitspreken.

Wat betekent “zetelend zoals in kort geding”?

Dit betekent dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bevoegd blijft om de zaak te behandelen (i.t.t. de kortgedingrechter). Hij mag dit doen volgens de regels van het kort geding omdat de hoogdringendheid van de zaak wordt verondersteld. Er moet dus niet naar de kort- gedingrechter gegaan worden. Er gelden bijvoorbeeld veel kortere termijnen waardoor de zaak sneller wordt behandeld.

Wat zijn “wettige redenen”?

De wet veronderstelt dat volgende situaties onder “wettige redenen” vallen:

  1. De aandeelhouder of vennoot heeft zijn plichten binnen de vennootschap in grote mate verzuimd

  2. De aandeelhouder of vennoot verkeert o.w.v. een kwaal niet langer in de mogelijkheid om zijn verplichtingen uit te voeren

  3. Alle andere gevallen die de normale voortzetting van de activiteit van de vennootschap onmogelijk maken (bv. een onoplosbaar conflict tussen vennoten)

  4. Het niet neerleggen van jaarrekeningen.

Een reden voor gerechtelijke ontbinding is wanneer een vennootschap haar wettelijke verplichting omtrent het neerleggen van een jaarrekening niet nakomt. De rechtbank kan dan de ontbinding uitspreken op vraag van iedere belanghebbende, het openbaar ministerie of na mededeling van de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden.

Deze vordering kan pas ten vroegste zeven maanden na datum van de afsluiting van het boekjaar worden ingesteld, en wordt ingesteld tegen de vennootschap.

In geval van mededeling door die Kamer heeft de rechter twee mogelijkheden. Hij kan een regularisatietermijn opleggen waarbinnen de vennootschap de tijd krijgt om haar jaarrekening toch nog in orde te maken en neer te leggen onder toeziend oog van de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, of hij kan onmiddellijk overgaan tot de ontbinding van de vennootschap.

De rechtbank kan beslissen tot ontbinding wanneer:

  1. De vennootschap in kwestie ambtshalve werd geschrapt omdat ze: 

a. sedert minimum drie jaar, niet beschikte over actieve hoedanigheden, activiteiten of vestigingseenheden, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

b. ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen met een actieve status;

c. niet beschikt over lopende toelatings- of hoedanigheidsaanvragen, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

d. Sinds 7 jaar, geen enkele wijziging aangaande de ingeschreven gegevens in de Kruispuntbank van Ondernemingen heeft uitgevoerd;

e. Sinds 7 jaar, geen enkele andere publicatie dan die van de jaarrekeningen, in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad of in het Belgisch Staatsblad heeft uitgevoerd.

          Dit zijn cumulatieve voorwaarden.

2. Wanneer de vennootschap, ondanks twee oproepingen met dertig dagen ertussen (waarvan de tweede gebeurde bij gerechtsbrief) niet verschenen is voor de Kamer voor Ondernemingen in moeilijkheden.

 

3. Wanneer de bestuurders van de vennootschap niet over de nodige beroepsbekwaamheid of beheersvaardigheden beschikken die bij wet, decreet of ordonnantie worden opgelegd (bv. bepaalde diploma’s).

In geval van verzoek van een belanghebbende of het Openbaar ministerie zal de rechter een regularisatietermijn van minimum drie maanden toekennen. Hij zal daarbij de zaak sowieso eerst doorverwijzen naar de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden die verslag zal moeten uitbrengen. Na het verstrijken van de opgelegde termijn neemt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een beslissing over de ontbinding, op basis van het verslag van de amer.

De ontbinding zal opgenomen worden in een vonnis en zal uitwerking hebben vanaf de datum waarop ze is uitgesproken. Het vonnis is vatbaar voor verzet en hoger beroep.

 
 
 
 

VEREFFENING

Elke vennootschap wordt geacht om voort te blijven bestaan na haar ontbinding tot aan de sluiting van de vereffening ervan. Dat voortbestaan dient dan wel louter ter bewerkstelliging van die vereffening.

Na de ontbinding van een vennootschap zal de rechtbank een vereffenaar aanstellen.

De vereffenaar mag volgens de wet alle handelingen doen die hij nodig of nuttig vindt om de vereffening van de vennootschap tot een goed einde te brengen.

Hij regelt de verdeling van het vermogen (de activa) van de vennootschap om de gemaakte schulden (de passiva) te kunnen voldoen. De vereffenaar kan er bijvoorbeeld voor kiezen om eventuele onroerende goederen van de vennootschap openbaar te verkopen, indien hij de opbrengst daarvan nodig acht om de schulden te voldoen. Hij kan de aandeelhouders dwingen tot de betaling van het nog niet volstort kapitaal, of de zaakvoerders aanspreken om hun openstaande rekening courant debet te voldoen.

De vereffenaar vertegenwoordigt de vennootschap in rechte ten opzichte van derden.

Er zijn echter ook wettelijke beperkingen gesteld aan het handelen van de vereffenaar; zo bepaalt de wet dat hij voor een aantal acties, een voorafgaande machtiging van de Ondernemingsrechtbank moet krijgen.

Bij het einde van de vereffening maakt de vereffenaar een verslag over aan de bevoegde Ondernemingsrechtbank. De rechtbank zal dan de sluiting van de vereffening uitspreken.

Indien schuldeisers van oordeel zijn dat er een actief vermogensbestanddeel van de vennootschap werd vergeten, kunnen zij de heropening van vereffening vorderen indien hun schuldvordering niet integraal voldaan werd. Die vordering stellen ze dan in tegen de vereffenaar.

De rechtbank zal de vereffening echter slechts heropenen wanneer het vermogensbestanddeel in kwestie meer waard is dan dat de kosten van de heropeningsprocedure bedragen.

 2.1 Vereffening door faillisement

 

Bij een faillissementsprocedure is er ook sprake van een vereffening van de vennootschap. In plaats van een “vereffenaar” zal de rechtbank een curator aanstellen die belast is met de effectieve vereffening van de vennootschap. Hij zal ervoor moeten zorgen dat er, in de mate van het mogelijke, actief wordt gerealiseerd waarmee schuldeisers betaald kunnen worden.

De aanvraag van een faillissement biedt vaak een (goedkoper) alternatief voor de procedure van gerechtelijke ontbinding en vereffening.

 

Amerikalei 31

2000 Antwerpen

België

  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon

Website door Ellenswebdesign

Blijf op de hoogte over nieuwe wetgevingen en maatregelen voor bedrijven!

 Advocatenkantoor Bruno Schoenaerts © 2020 - Alle rechten voorbehouden